Wat is Counseling

Counseling is een wijze van helpen die gericht is op de behoeften en doelen van de mens.

De populariteit van counselen weerspiegelt de stress en fragmentatie van het leven in onze hedendaagse maatschappij.

Er zijn veel definities van counseling, allemaal benadrukken ze verschillende aspecten van de rol en het proces van counseling.

Counseling lijkt op, maar is ook verschillend van andere manieren van helpen, zoals psychotherapie, sociaal werk en de psychiatrische verpleegkunde.

Enkele definities van counseling

  • De term counseling houdt in werken met personen en relaties. Kan gericht zijn op ontwikkeling, crisis ondersteuning, psychotherapeutische hulp, begeleiding of het oplossen van problemen. De taak van de counselor bestaat uit het scheppen van een mogelijkheid om wegen te onderzoeken, te ontdekken en te verduidelijken die leiden naar een meer bevredigend en zinvol leven.
  • Counseling veronderstelt een professionele relatie tussen een getrainde counselor en een cliënt. De relatie is meestal één-op-één, maar soms kunnen er meerdere personen bij betrokken zijn. Het is ontwikkeld vanuit de behoefte van mensen om meer begrip en duidelijkheid te krijgen over hun kijk op hun leven en om te leren hun doelen te bereiken door betekenisvolle, goed geïnformeerde keuzes en door het oplossen van problemen van emotionele of interpersoonlijke aard.
  • Counseling bestaat in principe uit een relatie, die wordt gekarakteriseerd door de toepassing van een of meer psychologische theorieën, en een aantal erkende communicatieve vaardigheden, aangevuld met ervaring, intuïtie en andere interpersoonlijke factoren, gericht op de individuele zorgen, problemen en wensen van de cliënt. Het is een vorm van diensverlening die gezocht wordt door mensen, die uit hun normale doen zijn of zich ergens zorgen over maken en professionele hulp zoeken, die minder stigmatiserend is dan de traditionele vormen van medische of psychiatrische hulpverlening.

Doelen van counseling

  • Inzicht. Het verkrijgen van begrip over het ontstaan en de ontwikkeling van emotionele problemen, leidend tot een verhoogde capaciteit om rationele controle te nemen over gevoelens en acties.
  • Omgaan met anderen. Verbetering van het kunnen vormen en handhaven van betekenisvolle en bevredigende relaties met anderen: bijvoorbeeld binnen het gezin of het werk.
  • Zelfbewustzijn. Bewustwording van gedachten en gevoelens die zijn weggedrukt of ontkend, of het ontwikkelen van een juister idee over hoe men door anderen wordt gezien.
  • Zelfacceptatie. De ontwikkeling van een positieve houding ten opzichte van zichzelf, gemarkeerd door de vaardigheid om ervaringsgebieden te herkennen, die het onderwerp zijn geweest van zelfkritiek en afwijzing.
  • Zelfverwezenlijking. Beweging in de richting van potentiële vervulling of het bereiken van integratie van voorheen conflicterende delen van zichzelf.
  • Verlichting. Begeleiding van de cliënt bij het bereiken van een hogere vorm van spiritueel ontwaken.
  • Problemen oplossen. Een oplossing vinden voor een specifiek probleem dat de cliënt niet alleen op heeft kunnen lossen. Het verkrijgen van een algemene competentie in het oplossen van problemen.
  • Psychologische educatie. De cliënt in staat stellen om ideeën en technieken te verwerven, waarmee gedrag begrepen en onder controle gebracht kan worden.
  • Verwerving van sociale vaardigheden. Leren en beheersen van sociale en interpersoonlijke vaardigheden, zoals oogcontact houden, om de beurt praten in gesprekken, assertiviteit of zelfbeheersing bij boosheid.
  • Cognitieve verandering. De verandering of vervanging van irrationele overtuigingen of onaangepaste gedachtepatronen, verband houdend met zelfdestructief gedrag.
  • Gedragsverandering. De wijziging of vervanging van onaangepaste of zelfdestructieve gedragspatronen.
  • Systemische verandering. Verandering introduceren in de wijze waarop sociale systemen, zoals het gezin, te werk gaan.
  • Sterker worden. Werken aan vaardigheden, bewustzijn en kennis die de cliënt in staat zullen stellen om baas te zijn over het eigen leven.
  • Herstel. De cliënt helpen om voorheen destructief gedrag te verbeteren.
  • Generalisatie en sociale actie. De persoon inspireren tot de wens en de capaciteit om zich om anderen te bekommeren en kennis over te dragen (generalisatie) en bij te dragen aan het algemeen nut door politieke betrokkenheid en werken voor de gemeenschap.