Voorlopig rapport van wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van EFT

Sinds14 jaar wordt in Zuid-Amerika door Joaquin Andrad en David Feinstein onderzoek gedaan naar het effect van EFT. In totaal hebben 29.000 patiënten meegedaan aan een aantal gerandomiseerde, dubbel-blinde pilot studies, waaronder 5.000 personen met een angststoornis. Hoewel het onderzoek nog loopt, staan in onderstaand artikel de voorlopige resultaten van het onderzoek naar EFT bij angst.

EFT vergeleken met cognitieve gedragstherapie in combinatie met medicijnen voor de behandeling van angst

Dit artikel is nog niet gepubliceerd

Ondanks de vreemd aandoende procedure en de in twijfel getrokken claims, komt er steeds meer bewijs voor de effectiviteit van deze energiepsychologie bij de behandeling van psychische stoornissen. Deze techniek, waarbij het denken aan situaties die heftige emoties oproepen gebeurt onder stimulatie van acupunctuurpunten blijkt voor veel mentale problemen effectiever  dan de combinatie van medicatie en cognitieve gedragstherapie en bovendien zijn er minder sessies nodig.

Acupunctuurpunten bevatten een uitzonderlijk hoge concentratie aan gevoelsreceptoren en door op deze plaatsen op de huid te kloppen wordt er een signaal opgewekt dat door de gevoelszenuwen naar verschillende delen van de hersenen wordt geleid, zoals de hersenschors, de amygdala en de hippocampus.

Gevoelsreceptoren zijn receptoren die zich aan de uiteinden van de gevoelszenuwen in de huid bevinden en reageren op aanraking en druk of warmte, zoals kloppen, massage, of vasthouden. Voorbeelden zijn de lichaampjes van Meissner, de lichaampjes van Pacini, de cellen van  Merkel, en de lichaampjes van Ruffini.

Beeldvormende technieken, waarbij de werking van de hersenen in beeld wordt gebracht, lieten zien dat er een verschil in effect is bij behandeling met EFT ten opzichte van cognitieve gedragstherapie gecombineerd met medicijnen.

Ook al namen bij beide behandelingsmethoden de klachten af, toch veranderde het beeld van de hersenen bij de EFT behandeling meer in de richting van een normaal neurologisch beeld.

De EFT-behandeling bij angst zorgde voor herstel van een normaal patroon van hersengolven, wat na 12 maanden nog altijd en zelfs nog duidelijker te zien was. Een soortgelijk patroon was te zien in neurotransmitter profielen. Bij de gegeneraliseerde angststoornis, bijvoorbeeld, daalde het noradrenaline tot de normale referentiewaarde en steeg het serotonine. Bij cognitieve gedragstherapie waren deze effecten niet te zien.

Als iemand aan een emotioneel probleem denkt worden verschillende hersengebieden geactiveerd, zoals de amygdala, de hippocampus, de orbitaal frontale cortex en diverse andere structuren van het centrale zenuwstelsel, wat goed te zien is met beeldvormende technieken.

Als tegelijkertijd druk wordt uitgeoefend op de gevoelszenuwuiteinden door op de huid te kloppen, worden hierdoor ook bovengenoemde hersenstructuren geactiveerd. Nu vermoedt men dat het samenvallen van het klop-signaal en het denk-signaal een soort ruis veroorzaakt in het emotionele proces met als gevolg dat de hoedanigheid van het signaal verandert en daarmee ook de mogelijkheid om symptomen te produceren. Het kloppen op specifieke plaatsen op de huid gaat tevens samen met een verhoogde serotonine secretie.

Voor een gedetailleerde beschrijving van het onderzoek, zie: www.emofree.com/Research/Research-other/andradepaper.htm