Ouderdomsdepressie zichtbaar in de hersenen

Bron: UMC Utrecht

De hersenen van depressieve ouderen wijken af van gezonde leeftijdsgenoten, zo blijkt uit MRI-onderzoek. Bij depressieve ouderen is het hippocampus-gebied kleiner, dat geldt vooral voor mensen die al lang depressief zijn. Ouderen die korter met de aandoening kampen, hebben kleine beschadigingen in zenuwuitlopers, de witte stof van de hersenen. Dit ontdekte onderzoeker Joost Janssen tijdens zijn promotieonderzoek bij de afdeling Psychiatrie van het UMC Utrecht.

Het is een van de eerste Nederlandse onderzoeken naar ouderdomsdepressie via een MRI-scanner. De tweedeling tussen chronische en recent ontstane ouderdomsdepressie is hiermee in de hersenen zichtbaar gemaakt. Waarschijnlijk draagt het verkleinde hippocampus-gebied bij aan de verstoorde balans van stress in het lichaam. Stress speelt een belangrijke rol in depressiviteit.

De resultaten kunnen van belang zijn voor de behandeling. De witte stof-beschadigingen bij ouderen die pas kort depressief zijn, worden waarschijnlijk veroorzaakt door problemen met de bloedcirculatie in de hersenen. Janssen suggereert dat bloedverdunners of hogebloeddruk-medicijnen overwogen kunnen worden als aanvullende antidepressieve therapie.

Joost Janssen is op dinsdag 5 september 2006 aan de Universiteit Utrecht gepromoveerd.